Voor Nederland begon de Tweede Wereldoorlog op 10 mei 1940, toen Duitsland in de vroege ochtend bij verrassing binnenviel. Om de aanval te verhullen vlogen Duitse vliegtuigen eerst boven de Noordzee, om vervolgens om te keren en parachutisten te droppen en soldaten met behulp van vliegtuigen af te zetten in de buurt van belangrijke bruggen en vliegvelden. Op verschillende plaatsen werd hevig gevochten. Het gevangennemen van de koningin en de regering in Den Haag was een belangrijk doel om de Nederlandse weerstand te breken. Zij ontsnapten echter tijdig naar Engeland.
Op 14 mei 1940 werd Rotterdam zwaar gebombardeerd, waarbij bijna duizend mensen omkwamen en het centrum werd verwoest. De dreiging dat andere steden hetzelfde lot zouden treffen, dwong Nederland tot overgave. Vanaf dat moment begon de Duitse bezetting van Nederland.
Aanvankelijk zou ook Engeland door het Duitse leger over zee worden aangevallen, maar de strijd in de lucht werd eind 1940 niet gewonnen waardoor dat Duitse plan niet doorging. Dit betekende dat de kust dag en nacht streng moest worden bewaakt zodat de geallieerden niet zomaar aan land konden komen. Toen de aanval op de Sovjet-Unie eind 1941 vastliep, kregen de Duitsers hier steeds meer angst voor. Ze wilden geen strijd voeren in zowel het oosten als het westen. Om dat te voorkomen werd de Atlantikwall bedacht: een sterke verdedigingslinie van bunkers langs de kust.